Scheiden is geen (taal)wedstrijd – toch?

gezinsvriendelijk-scheiden-vechtscheiding-taalgebruik-anneke-de-groot
Share on print

Scheiden is geen (taal)wedstrijd – toch?

Oef, de strijd die bij scheiden komt kijken. Waar komt-ie toch vandaan? En nee, ik bedoel niet de strijd tussen de ouders of partners. Ik bedoel de strijd van professionals om ouders en partners ervan te overtuigen dat zij in een vechtscheiding zitten. Of in een ‘hoogcomplexe’ of ‘hoogconflictscheiding’.

Een label doet iets met je gedrag
Leun eens achterover en voel wat jouw reactie is als een begeleider tegen je zegt: “Jullie zitten in een vechtscheiding. Hoogcomplex.” Wat voegt het toe? Gaan jij en je (ex-)partner je dan beter voelen? “Hè, hè. Eindelijk iemand die begrijpt dat wij in een hoogcomplexe vechtscheiding zitten.” Zo, dat is eruit. Kan je meteen de schuld aan je (ex-)partner geven.

Misschien ben je wel blij (of juist niet) met het label dat je zojuist van een professional hebt gekregen. Vanaf nu kan je nog harder werken om de ander ervan te overtuigen dat hij of zij degene is die zijn gedrag moet veranderen. Groeten aan de advocaat en sterkte voor de rechtbank. Succes!

Kortom: elk label zorgt in dit geval dat partners zich hiernaar gaan gedragen en dat is juist de zorg die niet helpend is.

Zorg tijdens de scheiding
Een arts stelt een diagnose en dan komt er een behandelplan. Dit komt voort uit zorg. En daarin zit nu juist het addertje onder het gras. Wij – de scheidingsprofessionals – hebben niet geleerd om te zorgen, wij hebben geleerd om op te voeden. Juist ja. Wat is in vredesnaam het verschil? Ik hoor het je bijna denken.

Welnu. De professionals die oplossingsgericht werken en jou meegeven hoe je het zelf kunt doen en welke handvatten daarbij kunnen helpen, gebruiken bijna allemaal deze zin: ‘als je niet voor jezelf kunt zorgen, kun je ook niet voor een ander zorgen’.

De zin: ‘als je jezelf niet op kunt voeden, kun je ook een ander niet opvoeden’, heb ik nog niet eerder gehoord. En daar zit nu net de nuance. Opvoeding is gericht op verandering van andermans gedrag. Zij of hij moet zich aanpassen aan wat jij wenselijk acht. Het ligt aan de ander. In elk geval niet aan jou. En omdat die ander niet doet wat jij zou willen, ontstaat het gezeik.

Stilstaan in het moment
Als je in het moment kunt blijven en kunt kijken naar wat het voor jou beter kan maken, komt er stilte. En daarna kun je vragen hoe het voor de ander beter kan worden. Je creëert een ander uitgangspunt. Je leert om te luisteren naar je behoeften, wensen, gevoelens en daarbij stil te staan.

Als partners uit elkaar gaan verloopt de scheiding bij een klein percentage niet zoals zij het zouden willen. En dat is een verdrietige zaak. Het gaat er daarbij totaal niet om wat jij als professional zou willen. Jij mag zorgen: luisteren, samenvatten, checken en vragen stellen (zonder oordeel). Soms kan het helpend zijn als partners even alleen hun verhaal kunnen doen. Geef ze de tijd, rust, ruimte en volle aandacht. En stop met labelen. Pas je taalgebruik aan en buig het om naar een oplossing. Partners willen verder en weten soms niet even hoe en daar speel jij als professional tijdelijk de begeleidende en oplossingsgerichte factor.

Mijn eigen les – elke dag
En ik? Ook ik heb mij schuldig gemaakt aan dit taalgebruik. Hoe heb ik dit aangepast?
Door in gesprek te blijven met “mijn” gezinnen, feedback te vragen en mijn werkwijze te checken. Zou dit taalgebruik voor mij een toegevoegde waarde hebben gehad tijdens mijn eigen scheidingsproces? Absoluut niet. Elke dag ga ik met mijzelf aan de slag en pas ik de zelfreflectie toe die ik immers ook van de partners vraag. Beter weten is beter doen. Toch?

 

Deel dit artikel

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Bekijk meer Blogs